Informatie over Gedistribueerd beheer
Met Gedistribueerd beheer kunnen beheerders op organisatieniveau machtigingen toewijzen aan aangepaste rollen van suborganisatiebeheerders, die vervolgens gespecialiseerde beheerderstaken voor een suborganisatie kunnen beheren. U kunt een secundair niveau van beheerders van suborganisaties maken en hen toewijzen aan specifieke aangepaste suborganisatie-eenheden (en afstammelingen). Hierdoor kunt u gespecialiseerde taken delegeren naar suborganisatiebeheerders waardoor cursusbeheer (maken en bewerken) slechts tot een specifieke organisatie-eenheid (en de bijbehorende afstammelingen) wordt beperkt. Suborganisatiebeheerders kunnen hierdoor cursussen voor alleen hun eigen niveau en lager beheren. Ook worden knelpunten weggenomen die beheerders van grote organisaties tegenkomen door cursusbeheertaken te decentraliseren.
In een groot schoolbestuur (organisatie-eenheid) kan een beheerder bijvoorbeeld suborganisatiebeheerders aan specifieke scholen (aangepaste suborganisatie-eenheden) binnen dat schoolbestuur toewijzen, zodat die suborganisatiebeheerders gespecialiseerde taken kunnen voltooien die aan hen zijn gedelegeerd.

|
Belangrijk: Voordat u begint met het configureren van Gedistribueerd beheer, is het belangrijk om de machtigingen en beheeractiviteiten die u wilt delegeren nog eens goed te bekijken, zodat u kunt plannen hoe u de organisatie-eenheden en suborganisatie-eenheden op een manier kunt structureren die werkt voor uw organisatie of instelling.
Als uw suborganisatiebeheerders naast Cursussen bijvoorbeeld ook Gebruikers moeten kunnen beheren, kunt u besluiten te wachten tot Gedistribueerd beheer ook gebruikersbeheer ondersteunt.
|
Termen en definities
- Organisatie (Org): dit is de eenheid op het hoogste niveau van een instantie van Brightspace®. Het vertegenwoordigt de gehele instelling en wordt beheerd door een organisatiebeheerder.
- Organisatiebeheerder: dit is de beheerder op het hoogste niveau die volledige systeemtoegang heeft op organisatieniveau en tot alle onderliggende suborganisatie-eenheden. De organisatiebeheerder moet Gedistribueerd beheer instellen voor alle suborganisatiebeheerders.
- Suborganisatie-eenheid: dit is een aangepast type organisatie-eenheid dat is gemaakt door de organisatiebeheerder. Deze bevindt zich onder het organisatieniveau en wordt gebruikt door suborganisatiebeheerders om taken voor gedistribueerd beheer uit te voeren. Voorbeelden van suborganisatie-eenheden zijn divisies, tenants, colleges, campussen of afdelingen.
- Suborganisatiebeheerders: dit is een gebruiker die is gemaakt door organisatiebeheerders en die specifieke rolmachtigingen heeft gekregen voor de toegang tot en het voltooien van beheertaken op het niveau van suborganisatie-eenheden.
Voorbeelden van Gedistribueerd beheer
U kunt machtigingen toewijzen voor het beheren van Brightspace®-tools op het niveau van de suborganisatie-eenheid l, waardoor u de beschikbare acties voor suborganisatiebeheerders kunt beheren en hen in staat kunt stellen om hun community's zelfstandig te ondersteunen.
Voorbeeld 1: Gedistribueerde beheerarchitectuur voor een onderwijsinstelling met meerdere campussen
In dit voorbeeld is er een Brightspace®-systeembeheerder op de hoofdvestiging van een universiteit met meerdere campussen, die machtigingen voor het beheren van cursussen en cursusedities wil delegeren aan de individuele lokale beheerders die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de campussen die ze ondersteunen.
Deze beheerder op organisatieniveau maakt suborganisatie-eenheden voor elke campus aan en wijst de rol van suborganisatiebeheerder toe aan de lokale beheerders die zo de activiteiten voor de individuele campussen kunnen beheren.
De suborganisatiebeheerders kunnen cursussen en organisatie-eenheden voor hun eigen campus beheren, maar zijn niet gemachtigd en hebben geen toegang tot beheertools voor de andere campussen.
De hoofdvestiging van een onderwijsinstelling bevindt zich op het hoogste organisatieniveau, met de individuele campussen als suborganisatie-eenheden. De campusbeheerders met de rol suborganisatiebeheerder kunnen administratieve taken beheren voor de afdelingen die zij ondersteunen.

Voorbeeld 2: Gedistribueerde beheerarchitectuur voor een onderneming
In dit voorbeeld wil een Brightspace®-systeembeheerder binnen een onderneming, die trainingen voor meerdere bedrijfssectoren beheert, machtigingen voor het beheren van trainingen delegeren aan verantwoordelijken in elke bedrijfssector.
Deze beheerder op organisatieniveau maakt een suborganisatie-eenheid aan voor elk van de verschillende bedrijfssectoren, en wijst de rol van suborganisatiebeheerder toe aan de betreffende verantwoordelijken, zodat deze training kunnen coördineren voor teams in hun sector.
Het hoofdkantoor van een onderneming bevindt zich op het hoogste organisatieniveau, met de afzonderlijke bedrijfssectoren als suborganisatie-eenheden. Leidinggevenden in elke bedrijfssector met de rol van suborganisatiebeheerder kunnen trainingsactiviteiten beheren voor de teams die zij ondersteunen.

Voorbeeld 3: Gedistribueerde beheerarchitectuur voor een trainingsorganisatie
In dit voorbeeld wil een Brightspace®-systeembeheerder binnen een trainingsorganisatie, die trainingen op meerdere locaties ondersteunt, machtigingen voor het beheren van cursussen en cursusedities delegeren aan de lokale trainingscoördinatoren die verantwoordelijk zijn voor elke locatie.
Deze beheerder op organisatieniveau maakt een suborganisatie-eenheid aan voor elke locatie, en wijst de rol van suborganisatiebeheerder toe aan de lokale trainingscoördinatoren die trainingsactiviteiten organiseren op de werkplekken die zij ondersteunen.
Het hoofdkantoor van de trainingsorganisatie bevindt zich op het hoogste organisatieniveau, met de afzonderlijke werkplekken als suborganisatie-eenheden. Trainingscoördinatoren met de rol suborganisatiebeheerder op elke locatie kunnen administratieve taken beheren voor de lokale groepen die zij ondersteunen. De suborganisatiebeheerders kunnen cursussen en organisatie-eenheden voor hun locatie beheren, maar zijn niet gemachtigd en hebben geen toegang tot beheertools voor de andere locaties.

Veelgestelde vragen over Gedistribueerd beheer
In het volgende gedeelte worden enkele veelgestelde vragen over Gedistribueerd beheer beantwoord.
Tot welke beheertools hebben suborganisatiebeheerders toegang?
Na elke gefaseerde release, zijn er meer Brightspace®-tools die Gedistribueerd beheer ondersteunen. Op dit moment kunnen suborganisatiebeheerders tools voor hun eigen organisatie-eenheden zien en beheren voor zover dat door hun systeembeheerder is toegekend. Ze kunnen beheertools voor organisatie-eenheden alleen zien of beheren als de beheerder op organisatieniveau hen hiervoor toestemming heeft gegeven.
Zie de sectie Tools en rolmachtigingen die beschikbaar zijn voor suborganisatiebeheerders van Ontdek de startpagina van suborganisatie-eenheden voor meer informatie.
Hoe krijgen suborganisatiebeheerders toegang tot de startpagina's voor hun suborganisatie-eenheden?
Suborganisatiebeheerders hebben toegang tot de startpagina van hun suborganisatie via de widget Mijn organisatie-eenheden op de startpagina van de organisatie. Hier hebben suborganisatiebeheerders toegang tot beheertools zoals Cursussen en de Editor organisatie-eenheid van hun suborganisatieniveau.
Zie Een widget Mijn organisatie-eenheden toevoegen aan de startpagina van een organisatie voor meer informatie over het gebruik van de widget Mijn organisatie-eenheden.
Wat is de beste manier voor suborganisatiebeheerders om toegang te krijgen tot beheertools voor hun suborganisatieniveau?

|
Opmerking: Standaardmachtigingen kunnen verschillen, afhankelijk van hoe u ze hebt geconfigureerd voor de verschillende gebruikersrollen in uw educatieve beheersysteem. |
In de meeste educatieve beheersystemen gaan suborganisatiebeheerders naar de startpagina van hun suborganisatie > Cursusbeheer. Hier hebben zij toegang tot de beheertools via de navigatiebalk.
Moet ik bij het configureren van Gedistribueerd beheer een nieuw aangepast type organisatie-eenheid maken?
Suborganisatie-eenheden bieden een nieuwe manier om beheeractiviteiten flexibel te delegeren in uw educatieve beheersysteem. Het is echter belangrijk dat u de structuur van uw organisatie-eenheden goed plant voordat u deze in het systeem instelt. D2L® adviseert u om een aangepast organisatietype te gebruiken voor het configureren van Gedistribueerd beheer.

|
Belangrijk: Om conflicten met machtigingen, cursusaanmaak en in de organisatiehiërarchie te voorkomen, moet u niet hetzelfde aangepaste organisatietype gebruiken voor zowel uw type suborganisatie-eenheid als standaard type organisatie-eenheid. Als u hetzelfde type organisatie-eenheid gebruikt voor zowel uw type suborganisatie-eenheid als standaard type organisatie-eenheid, kan dit ertoe leiden dat suborganisatiebeheerders andere suborganisatie-eenheden kunnen maken, wat leidt tot machtigings- en hiërarchieconflicten.
|
Ik heb al een aangepast organisatietype dat ik wil gebruiken voor Gedistribueerd beheer
Voor het gemak maken veel onderwijsinstellingen al gebruik van aangepaste organisatietypen zodat de Brightspace®-organisatiehiërarchie een nauwkeurigere weergave geeft van de beheerlagen voor de locaties, afdelingen, sectoren of teams waarvoor ze leeractiviteiten beheren.
Een universiteitssysteem kan bijvoorbeeld al een aangepast type organisatie-eenheid hebben voor de faculteiten waaraan ze cursusbeheeractiviteiten willen delegeren.
Deze klanten kunnen een bestaand type aangepaste organisatie-eenheid aanwijzen als suborganisatie en aan suborganisatiebeheerders de benodigde machtigingen toewijzen om deze te ondersteunen, zolang ze ervoor zorgen dat suborganisatiebeheerders geen andere suborganisatie-eenheden kunnen maken.
Ik heb nog geen aangepast type organisatie om te gebruiken voor Gedistribueerd beheer
Als u momenteel geen aangepast type organisatie-eenheid gebruikt om hiërarchieniveaus voor uw organisatie-eenheden te maken, moet u een nieuw aangepast type organisatie-eenheid maken om te gebruiken voor uw suborganisatie-eenheden. Controleer nogmaals of suborganisatiebeheerders geen andere suborganisatie-eenheden kunnen maken.
Wat is het verschil tussen het instellen van het standaardscoreschema dat op nieuw gemaakte organisatie-eenheden is toegepast en het maken van een nieuw scoreschema op het niveau van de suborganisatie-eenheid?
Het is belangrijk dat u het verschil begrijpt tussen het standaardscoreschema dat op alle nieuw gemaakte organisatie-eenheden is toegepast beheren als systeembeheerder en een nieuw scoreschema maken als suborganisatiebeheerder.
Het standaardscoreschema voor alle nieuw gemaakte organisatie-eenheden instellen als systeembeheerder
Als systeembeheerder op organisatieniveau kunt u de configuratievariabele d2l.Tools.Grades.GradeSchemeId gebruiken om het standaardscoreschema voor alle nieuw gemaakte organisatie-eenheden in te stellen. Als u bijvoorbeeld de Exemplaarwaarde van d2l.Tools.Grades.GradeSchemeId instelt op Percentage en vervolgens een nieuwe organisatie-eenheid maakt, kunt u naar het tabblad Scores > Schema's gaan. Percentage is ingesteld als het Standaardschema voor Organisatieschema's.

|
Belangrijk: De d2l.Tools.Grades.GradeSchemeId heeft alleen gevolgen voor nieuw gemaakte organisatie-eenheden. De standaardscoreschema-instelling voor bestaande organisatie-eenheden wordt niet door deze configuratievariabele-instelling gewijzigd of bijgewerkt. Raadpleeg Configuratievariabelen voor scores voor meer informatie.
|
Een nieuw scoreschema voor uw suborganisatie-eenheid maken als suborganisatiebeheerder
In dit geval kunnen suborganisatiebeheerders een nieuw scoreschema maken en dit handmatig instellen als het standaardscoreschema op het niveau van hun suborganisatie-eenheid. Suborganisatiebeheerders op het niveau van de suborganisatie-eenheid kunnen bijvoorbeeld naar het tabblad Cursusbeheer > Scores > Schema's gaan. Ze kunnen een Nieuw schema maken dat onder Cursusschema's wordt weergegeven. Ze kunnen vervolgens op het selectievakje onder Als standaard instellen klikken om handmatig hun scoreschema in te stellen als het Standaardschema voor alleen de suborganisatie-eenheid; het standaardscoreschema wordt niet afgedwongen voor andere organisatie-eenheden onder die suborganisatie-eenheid. Het nieuw gemaakte scoreschema wordt onder de tool Scores weergegeven voor alle cursusedities die onder het niveau van de suborganisatie-eenheid zijn genest. Elke instructeur kan ervoor kiezen dit schema als het standaardscoreschema in te stellen in elk van die cursusedities.
Zie Gedistribueerd beheer configureren voor stappen om Gedistribueerd beheer in te stellen als systeembeheerder.
Raadpleeg Ontdek de startpagina van suborganisatie-eenheden voor meer informatie over hoe een suborganisatiebeheerder toegang krijgt tot de startpagina van hun suborganisatie-eenheid.